Hallo Residentie
Envoyer par email Imprimer
content-picture
Publié le vrijdag 04 november 2011
**Résumé

1. WETTELIJKE BASIS

1. WETTELIJKE BASIS

Met toepassing van de Europese richtlijn betreffende de energieprestaties van gebouwen 2002/91/EG en de ordonnantie van 7 juni 2007 betreffende de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen, moeten de verwarmingssystemen voldoen aan een reeks eisen die een maximale energie-efficiëntie en de beperking van hun milieueffecten beogen. Om de naleving van die eisen te waarborgen, legt de regelgeving vanaf 1 januari 2011 diverse controlehandelingen op, uit te voeren door specialisten die door Leefmilieu Brussel erkend zijn. Die eisen en handelingen worden beschreven in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juni 2010 betreffende de voor de verwarmingssystemen voor gebouwen geldende eisen bij hun installatie en tijdens hun uitbatingsperiode (hierna "verwarmingsbesluit" genoemd).

 

2. DOEL

De vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest na de inwerkingtreding van dit besluit wordt op 166 kteq. CO2 geraamd tegen 2020. Dit betekent dat de rechtstreekse uitstoot, toe te schrijven aan de activiteit in de gebouwen, en de rechtstreekse emissie van het BHG, respectievelijk met 6,10% en met 3,79% zal dalen.

 

3. TOEPASSINGSGEBIED

De bepalingen van het verwarmingsbesluit zijn van toepassing op alle verwarmingssystemen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, uitgerust met één of meer verwarmingsketels:

- die een nominaal vermogen van meer dan 20 kW hebben, en

- die met vloeibare of gasvormige brandstof werken, en

- die water verwarmen als tussenliggend warmtevoerend medium.

 

4. VERWARMINGSSYSTEEM

Het verwarmingssysteem is de combinatie van de noodzakelijke componenten om de lucht van een gebouw en/of het sanitaire warme water te verwarmen, met inbegrip van de warmtegeneratoren, de verdeel-, opslag- en emissiecircuits (radiatoren, convectoren, verwarmde vloeren, ...) en de regelsystemen.

Een verwarmingssysteem is van type 1 als de warmteproductie gebeurt door een verwarmingsketel met een nominaal vermogen lager dan 100 kW, en van type 2 als de warmteproductie is toevertrouwd aan een ketel met een nominaal vermogen hoger dan of gelijk aan 100 kW of aan meer dan één ketel.

 

5. VERANTWOORDELIJKE VAN DE TECHNISCHE INSTALLATIES

De verantwoordelijke voor de technische installaties (VTI) is:

- voor installaties onderworpen aan de milieuvergunning: de natuurlijke of rechtspersoon die houder is van de milieuvergunning,

- voor installaties die niet onderworpen zijn aan de milieuvergunning: hun eigenaar of elk van de mede-eigenaars.

De VTI moet ervoor zorgen dat de EPB-eisen met betrekking tot de installaties worden nageleefd en dat de controles en het onderhoud worden uitgevoerd.

 

6. EISEN

Het verwarmingsbesluit bevat 16 eisen die betrekking hebben op de volgende punten:

1. de openingen voor verbrandingscontrole

2. de verbranding en de emissie van werkende verwarmingsketels

3. de dimensionering van de verwarmingsketels in calorisch vermogen

4. de modulatie van het vermogen van de branders

5. het trekvermogen van de schoorsteen

6. de ventilatie van de stookruimte

7. de dichtheid van het systeem voor de afvoer van verbrandingsgassen en de luchtaanvoer

8. de thermische isolatie van leidingen en accessoires

9. de verdeling van de warmte- en luchtdistributie in zones

10. de regeling van het verwarmingssysteem

11. de bijhouding van een logboek

12. de energiemetingen op de verwarmingsketels

13. de elektriciteitsmetingen op de ventilatoren

14. de warmteterugwinning uit de afgevoerde lucht

15. de aanpassing van het verseluchtdebiet aan het werkelijk gebruik

16. de bijhouding van een energieboekhouding

 

7. HANDELINGEN

7.1 OPLEVERING VAN DE VERWARMINGSSYSTEMEN

De VTI moet een beroep het verwarmingssysteem bij de indienststelling ervan door een erkende specialist laten opleveren in minimaal één van de volgende gevallen:

- na de installatie van een verwarmingsketel;

- na de vervanging van de verwarmingsketel;

- na de vervanging van de brander;

- na de verplaatsing van een verwarmingsketel.

De oplevering heeft tot doel te controleren of het verwarmingssysteem aan de diverse eisen voldoet.

 

7.2 PERIODIEKE CONTROLE VAN DE VERWARMINGSKETELS

Ieder jaar voor stookolieketels en elke drie jaar voor gasketels dient de VTI de ketels van het verwarmingssysteem te laten controleren door een erkende specialist.

De periodieke controle omvat:

- de reiniging van de verwarmingsketel;

- de reiniging van het systeem voor de afvoer van de verbrandingsgassen; de regeling van de brander;

- de controle om na te gaan of de volgende eisen vervuld zijn:

 + openingen voor verbrandingscontrole;

 + eisen met betrekking tot de verbranding en de emissie van werkende ketels;

 + eis met betrekking tot de vermogensmodulatie van de branders;  

  +  trekvermogen van de schoorsteen;

 + ventilatie van de stookruimte;

 + dichtheid van het systeem voor de afvoer van verbrandingsgassen en de luchtaanvoer.

 

7.3 DIAGNOSE VAN DE VERWARMINGSSYSTEMEN

De diagnose van het verwarmingssysteem is een niet-bindende beoordeling van dit systeem door een erkende specialist. Hij moet worden uitgevoerd ten vroegste één jaar vóór en uiterlijk één jaar nadat de oudste op het verwarmingssysteem aangesloten ketel met een vermogen van meer dan 20 kW 15 jaar oud geworden is. Binnen de 12 maanden voorafgaand aan de diagnose, moet een periodieke controle uitgevoerd zijn.

De diagnose omvat:

- de beoordeling van de energieprestaties van de verwarmingsketel(s) en van het verwarmingssysteem;

- informatie over de naleving van de geldende eisen, afhankelijk van het type van verwarmingssysteem;

- de bepaling van de overdimensionering van de verwarmingsketel of van de verschillende verwarmingsketels samen;

- advies over:

 + de vervanging van de verwarmingsketels;

 + mogelijke andere wijzigingen aan het verwarmingssysteem;