Hallo Residentie
Envoyer par email Imprimer
content-picture
Publié le maandag 06 juni 2011
**Résumé

Vraag van de heer volksvertegenwoordiger Damien Thiéry van 22 december 2010 (Fr.) aan de minister van Justitie:  

Vraag van de heer volksvertegenwoordiger Damien Thiéry van 22 december 2010 (Fr.) aan de minister van Justitie:

 

Mijn vraag betreft, onder andere, de wet van 2 juni 2010 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek teneinde de werking van de mede-eigendom te moderniseren en transparanter te maken, en de vertaling van documenten uitgaande van de vereniging van mede-eigenaars.

Bij artikel 15 van de voornoemde wet van 2 juni 2010 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 28 juni 2010) werd in het Burgerlijk Wetboek een artikel 577-11/2, ingevoegd, luidende:

"Een mede-eigenaar kan, op zijn verzoek, een vertaling verkrijgen van elk document met betrekking tot de mede- eigendom uitgaande van de vereniging van mede-eigenaars, indien de bedoelde vertaling dient te gebeuren naar de taal of een van de talen van het taalgebied waarin het gebouw of de groep van gebouwen gelegen zijn."

In het kader van de voorbereidende werkzaamheden werd gezegd dat het hier gaat om het recht een vertaling te verkrijgen, en niet om de verplichting een bepaalde taal te gebruiken; deze bepaling zou dus niet in strijd zijn met artikel 30 van de Grondwet.

De afdeling wetgeving van de Raad van State merkte in het kader van de evocatieprocedure van het ontwerp door de Senaat niettemin op dat een vereniging van mede-eigenaars geen onderneming is.

1. Zou een dergelijke bepaling geen aantasting zijn van de bevoegdheden van de Gemeenschappen inzake het gebruik van de talen in de bescheiden van de ondernemingen?

Deze bepaling zou inderdaad tot gevolg hebben dat het toepassingsgebied van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken wordt uitgebreid naar andere instanties dan de ondernemingen.

2. Ik voeg eraan toe dat volgens een artikel over de rechtsleer uit 1996 (H. Van Soest, "La loi sur la copropriété et l'emploi des langues", in La Pratique de la copropriété, Bruylant, 1996) het gebruik van de talen voor de statuten van mede-eigendom vrij is. Volgens de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat wordt een document dat voor een aantal mensen bestemd is van wie de identiteit vooraf niet bekend is, opgesteld in de taal van het betreffende taalgebied; een document met twee talen naast elkaar wordt echter gezien als de ideale oplossing in een aantal welbepaalde gevallen.

Wat is uw juridisch standpunt over deze aangelegenheid?

 

Antwoord van de minister van Justitie van 12 mei 2011, op de vraag nr. 262 van de heer volksvertegenwoordiger Damien Thiéry van 22 december 2010 (Fr.):

1. Artikel 577-11/2 van het Burgerlijk Wetboek, zoals ingevoegd bij de wet van 2 juni 2010, vloeit voort uit amendementen die werden ingediend tijdens de evocatie- procedure van het ontwerp door de Senaat.

In een eerste amendement (doc. 4-1409/2 van 21 oktober 2009, zitting 2009-2010, amendement nr. 7) wordt voorgesteld om volgende bepaling in te voegen:

"De organen van de vereniging van mede-eigenaars gebruiken bij de uitoefening van de hen bij wet voorgeschreven handelingen uitsluitend de taal of de talen van het taalgebied waarin de onroerende goederen of de groepen van onroerende goederen gelegen zijn."

De Raad van State merkte in zijn advies van 24 november 2009 (doc. 4-1409/3 van 4 december 2009, zitting 2009-2010) op dat dit amendement niet in overeen- stemming was met de Grondwet.

De Raad van State benadrukte namelijk dat artikel 30 van de Grondwet de wetgever enkel de mogelijkheid biedt het gebruik van de talen te regelen voor handelingen van het openbaar gezag en voor gerechtszaken, wat hier niet het geval is.

De Raad van State onderstreept eveneens dat artikel 129 van de Grondwet de Vlaamse en Franse Gemeenschap weliswaar toelaat het gebruik van de talen te regelen inzonderheid voor "de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen", maar dat dit artikel in casu niet van toepassing is aangezien een vereniging van mede-eigenaars geen onderneming is en de federale overheid hoe dan ook niet bevoegd is.

Na dat advies werd een nieuw amendement ingediend (doc. 4-1409/6 van 2 maart 2010, zitting 2009-2010, amen- dement nr. 62) dat de basis van de huidige tekst van artikel 577-11/2 vormt.

De verantwoording van dat amendement verduidelijkte inzonderheid de opzet ervan "met respect voor de taalvrijheid van elke burger, en dus ook van elke rechtspersoon, en dus ook van elke vereniging van mede-eigenaars - het recht van elke mede-eigenaar veilig te stellen om toegang te heb- ben tot de documenten die uitgaan van de vereniging van mede-eigenaars in de streektaal".

Zij verduidelijkte ook dat "het hier gaat om een recht een vertaling te verkrijgen, en niet om een verplichting een bepaalde taal te hanteren. De vereniging van mede-eigenaars beslist autonoom of zij haar originele teksten in deze of gene taal opstelt, dan wel of zij beide taalversies als authentiek wenst te beschouwen".

Uit wat voorafgaat blijkt dat in het eerste amendement werd voorzien in het gebruik van een taal voor de handelingen van de organen van de vereniging van mede-eigenaars, maar dat dit niet het geval is in de bepaling die het parlement uiteindelijk heeft goedgekeurd.

Het parlement hield aldus rekening met het advies van de Raad van State. Deze bepaling kan bijgevolg niet worden beschouwd als een aantasting van de bevoegdheden van de Gemeenschappen inzake het gebruik van de talen in de bescheiden van ondernemingen.

Er moet overigens worden opgemerkt dat een amende- ment (Senaat, doc. 4-1409/12 van 6 mei 2010, zitting 2009-2010, amendement nr. 160), ingediend na de goed- keuring van het verslag dat de herinvoering de tekst van het eerste amendement beoogde, niet werd goedgekeurd.

2. Het artikel over de rechtsleer aangehaald in de vraag stelt dat het gebruik van de talen in principe vrij is voor de statuten van mede-eigendom.

Zoals reeds werd benadrukt, is de basisakte immers een aanvulling op de notariële verkoopakte en bijgevolg onder- worpen aan dezelfde regelgeving als laatstgenoemde wat het gebruik van de talen betreft (zie vraag nr. 40 van de heer Valkeniers van 6 januari 1978, Vragen en Antwoorden, Kamer, zitting 1977-78, blz. 925).

In hetzelfde artikel wordt herinnerd aan een omzendbrief van de voorzitter van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat van 27 november 1973 waarin is gesteld dat de Federatie meent dat iedere publieke verkoop in de streektaal dient te gebeuren en wordt geconcludeerd dat dezelfde principes moeten gelden voor de statuten van mede-eigendom.

 

Uit juridisch standpunt moet evenwel worden opgemerkt dat deze omzendbrief geen bindende kracht heeft.