Hallo Residentie
Envoyer par email Imprimer
content-picture
Publié le donderdag 09 juni 2011
**Résumé

Wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques wat het schoonmaken van de gemene delen in geval van een mede-eigendom betreft ingediend door de heren Raf Terwingen en Stefaan Vercamer   DAMES EN HEREN,

Wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques wat het schoonmaken van de gemene delen in geval van een mede-eigendom betreft ingediend door de heren Raf Terwingen en Stefaan Vercamer

 

DAMES EN HEREN,

Wonen in een appartement of meergezinswoning is een veelvoorkomend fenomeen. Volgens de studie “Wonen in Vlaanderen” is 19 % van het totaal aantal woningen in Vlaanderen een meergezinswoning. Groot- steden zijn een buitenbeentje wat deze statistieken betreft: hier bestaat zelfs 30 % van de woningen uit een meergezinswoning. Deze woningen worden vaak verhuurd: in 69 % van de gevallen betrekt een huurder het appartement1. Volgens EU SILC 2004 (Statistics in Income and Living Conditions) zijn er daarnaast in heel België 4,5 miljoen woningen waarvan 1 180 832 appartementen. Hieruit kan afgeleid worden dat 3,5 miljoen mensen in een appartement wonen, d.w.z. ongeveer een derde van de bevolking.

Tijdens de 52° zittingsperiode werd in de Kamer overgegaan tot wijzigingen inzake de wetgeving op de mede-eigendom. Ook tijdens de 53° zittingsperiode wordt dit werk verdergezet.

Met dit wetsvoorstel willen wij een zeer specifiek probleem verhelpen. Vandaag is het niet mogelijk voor eigenaars van een appartement in een gebouw met meerdere woningen (een mede-eigendom) om de gemeenschappelijke delen te laten poetsen met dienstencheques. Zij kunnen de dienstencheques vandaag enkel inzetten voor het schoonmaken van hun eigen appartement. De gemeenschappelijke delen komen op basis van de toepassingscriteria in artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques echter niet in aanmerking. Hieromtrent stellen zich namelijk twee problemen:

— Artikel 1, 2°, eerste lid staat thuishulp van huishoudelijke aard via dienstencheques enkel toe aan particulieren. In geval van een mede-eigendom zal er echter in de meeste gevallen sprake zijn van een vereniging van mede-eigenaars met rechtspersoonlijkheid bedoeld in artikel 577-5 van het Burgerlijk Wetboek. Voor deze vereniging zijn deze activiteiten momenteel nog niet toegestaan.

— Artikel 1, 2°, a) houdt in dat deze activiteiten enkel mogelijk zijn in de individuele woonplaats van de gebruiker. Gemene delen van de mede-eigendom zijn momenteel nog uitgesloten van het toepassingsgebied.

De dienstencheques kenden sinds de oprichting van het systeem een enorm succes. Uit een recente studie van het HIVA blijkt dat het aantal actieve gebruikers evolueerde van 190 734 eind 2005 naar 665 884 eind 20092. De oorzaak van dit succes is eenvoudig te ver- klaren. Ook personen met gemiddelde inkomens achten het nu haalbaar om binnen de mogelijkheden van hun gezinsbudget een huishoudhulp in dienst te nemen. Vaak ervaren zij hiervoor een grote noodzaak, aangezien steeds meer gezinnen uit tweeverdieners met kin- deren bestaan. Het hoeft bijgevolg niet te verwonderen dat ook mede-eigenaars in appartementencomplexen grote interesse tonen om de gemeenschappelijke delen van de mede-eigendom te laten schoonmaken door een dienstencheque-werknemer.

Vandaag stelt zich immers de problematiek dat deze eigenaars wel in de mogelijkheid zijn om hun eigen individuele woning te laten schoonmaken via dienstencheques, maar dat zij zelf moeten instaan voor het poetsen van de gemeenschappelijke delen van het wooncomplex. Indien zij dit zelf niet doen, dienen zij beroep te doen op een schoonmaakhulp via een private onderneming. Deze laatste piste wordt echter regelmatig als financieel te belastend ervaren.

Daarnaast blijkt uit het antwoord op een mondelinge vraag van Kamerleden Raf Terwingen en Sonja Becq (nr. PO107) dat het onderhoud van de gemeenschappelijke delen door een van de mede-eigenaars zelf ook risico’s inhoudt. Zo kan dit niet zonder meer onder de definitie van vrijwilligerswerk vallen. Om vrijwilligerswerk te zijn, dienen er een aantal voorwaarden te zijn vervuld:

— er wordt niet voor betaald, behalve voor de terug- betaling van gedane kosten;

— het gaat om geringe prestaties, bijvoorbeeld als verschillende mede-eigenaren om beurten instaan voor het onderhoud, of als deze gemene delen echt klein zijn;

— de bedoeling is gewoon om het gebouw in goede staat te houden, niet om het in waarde te laten stijgen;

— de activiteit wordt niet uitgevoerd met het oog op winst.

Als de mede-eigenaar werkzoekend is, moet er bovendien op worden toegezien dat dit zijn beschikbaarheid op de arbeidsmarkt niet in de weg staat.

 

Wanneer er toch sprake is van betaling tegen prestaties, ontstaat er een vermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst. In dit geval worden de andere mede-eigenaars beschouwd als werkgevers, en dienen zij zich reglementair aan te sluiten bij de sociale zekerheid. Voor de “werknemer” dreigen er in dit geval terugvorderingen en uitsluitingen indien hij een RVA- uitkering ontvangt.

Het schoonmaken van de gemene delen van het appartementencomplex houdt met andere woorden in sommige situaties een risico in voor de mede-eigenaars, indien één van hen deze taak zelf op zich neemt.

Met dit wetsvoorstel willen wij verhelpen aan deze specifieke problematiek door voortaan ook thuishulp van huishoudelijke aard toe te staan voor de vereniging van mede-eigenaars met rechtspersoonlijkheid bedoeld in artikel 577-5 B.W. in de gemeenschappelijke delen van de mede-eigendom.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 2

Artikel 2, 1° vult art. 1, 2°, eerste lid, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 aan zodat voortaan ook thuishulp van huishoudelijke aard ten gunste van rechtspersonen in het kader van een vereniging van mede-eigenaars zoals bedoeld in art. 577-5 van het Burgerlijk Wetboek, met dienstencheques gefinancierd kan worden. Op die manier kan de vereniging van mede- eigenaars beslissen om voor het schoonmaken van de delen van hun gemeenschappelijke eigendom thuishulp van huishoudelijke aard in te zetten.

Artikel 2, 2° vult art. 1, 2°, a) van hetzelfde koninklijk besluit aan, zodat deze thuishulp van huishoudelijke aard, gefinancierd met dienstencheques, niet meer enkel mogelijk is binnen de woonplaats van de gebruiker maar ook in de gemene delen van een mede-eigendom.

Art. 3

Aangezien hier bij wetsvoorstel een koninklijk besluit gewijzigd wordt, is het aangewezen om de Koning te machtigen om de gewijzigde wetgeving bij koninklijk besluit in de toekomst opnieuw te wijzigen, aan te vullen, te vervangen of op te heffen.

 

Raf TERWINGEN (CD&V) 

Stefaan VERCAMER (CD&V)