Hallo Residentie
Envoyer par email Imprimer
content-picture
Publié le donderdag 29 augustus 2013
**Résumé

  Publicatie : 2013-08-22   ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

 

Publicatie : 2013-08-22

 

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

HOOFSTUK 1. - Inleidende bepaling

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

HOOFDSTUK 2. - Definities

Art. 2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :

1° minister : de minister bevoegd voor de Middenstand;

2° Hoge Raad : de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, die ingesteld is bij artikel 13 van de wetten betreffende de organisatie van de Middenstand, gecoördineerd op 28 mei 1979.

3° lidstaat : land waarop richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties zoals gewijzigd bij de richtlijn 2006/100/EG van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het vrije verkeer van personen, in verband met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië, van toepassing is;

4° vastgoedmakelaar : wie een of meer van de onder 5°, 6° en 7°, vermelde activiteiten uitoefent;

5° bemiddelaar : wie voor rekening van derden bepalende bijstand verleent met het oog op het tot stand komen van een overeenkomst van verkoop, aankoop, ruil, verhuring of overdracht van onroerende goederen, onroerende rechten of handelsfondsen;

6° syndicus : wie handelt in het kader van het beheer en behoud van de gemene delen van de gedwongen mede-eigendom van gebouwen of groepen van gebouwen in de zin van de artikelen 577-2 en volgende van het Burgerlijk Wetboek;

7° rentmeester : wie voor rekening van derden activiteiten ontwikkelt inzake het beheer van onroerende goederen of van onroerende rechten, andere dan de activiteit als syndicus;

8° de kaderwet : de kaderwet betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen, gecodificeerd bij koninklijk besluit van 3 augustus 2007;

9° het Instituut : het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars, opgericht bij koninklijk besluit van 6 september 1993.

HOOFDSTUK 3. - Het beroep van vastgoedmakelaar

Afdeling 1. - De uitoefening en

de bescherming van de beroepstitel van vastgoedmakelaar

Art. 3. Bij het Instituut worden een tableau van vastgoedmakelaars en een lijst van stagiaires opgesteld. Deze worden opgesplitst in twee kolommen, waarbij de ene de vastgoedmakelaars-bemiddelaars en de andere de vastgoedmakelaars-syndici bevat.

De vastgoedmakelaars-bemiddelaars, de vastgoedmakelaars-syndici en de vastgoedmakelaars-rentmeesters zijn onderworpen aan opleidingsverplichtingen en aan bijzondere controles, waarvan de Koning de nadere regels bepaalt.

Ingeval zij hun activiteit in het kader van een rechtspersoon uitoefenen, zijn de vastgoedmakelaars-bemiddelaars, de vastgoedmakelaars-syndici en de vastgoedmakelaars-rentmeesters eveneens onderworpen aan vereisten met betrekking tot het minimumkapitaal, waarvan de Koning de nadere voorwaarden bepaalt.

Art. 4. Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, die ertoe gemachtigd is overeenkomstig deze wet het beroep van vastgoedmakelaar uit te oefenen en wiens aansprakelijkheid kan worden verbonden wegens de handelingen die hij beroepshalve stelt of wegens de handelingen van zijn aangestelden, dient door een verzekering te worden gedekt.

De Koning bepaalt de regels en de voorwaarden van de verzekering die een adequate risicodekking ten voordele van de ontvanger van de diensten, die geleverd worden door de vastgoedmakelaar, mogelijk dient te maken, onder meer :

- het minimaal te waarborgen plafond;

- de duur van de waarborg;

- de risico's die gedekt moeten worden.

Wanneer het beroep van vastgoedmakelaar overeenkomstig deze wet wordt uitgeoefend door een rechtspersoon, zijn alle zaakvoerders, actieve vennoten, bestuurders en leden van het directiecomité hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de verzekeringspremies.

Art. 5. § 1. Niemand mag het beroep van vastgoedmakelaar-bemiddelaar of vastgoedmakelaar-syndicus in de hoedanigheid van zelfstandige in hoofd- of bijberoep uitoefenen, of deze titel dragen, indien hij niet ingeschreven is op het tableau van de beoefenaars in de kolom van het beroep dat hij uitoefent of op de lijst van stagiairs in de kolom van het beroep dat hij uitoefent.

Niemand mag het beroep van vastgoedmakelaar-rentmeester uitoefenen, indien hij niet ingeschreven is op ten minste een van de twee kolommen van het bewuste tableau.

§ 2. De vastgoedmakelaars zijn onderworpen aan de volgende verplichtingen, waarvan de Koning de nadere voorwaarden bepaalt :

1. a) voor de natuurlijke personen, houder zijn van een diploma;

b) voor de rechtspersonen, beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in artikel 10.

2. De voorschriften van de plichtenleer naleven;

§ 3. De Koning kan de beoefenaars van vrije beroepen vrijstellen van de verbodsbepalingen bedoeld in § 1.

In dat geval nemen de Ordes en Instituten die belast zijn met de controle op de activiteiten van deze personen een specifiek onderdeel voor de activiteiten van vastgoedmakelaar in hun plichtenleer op.

De personen die slechts hun familiepatrimonium beheren of het patrimonium waarvan zij mede-eigenaar zijn, of het patrimonium van de vennootschap waarvan zij aandeelhouder of vennoot zijn, zijn niet onderworpen aan de verbodsbepalingen bedoeld in § 1.

§ 4. De vastgoedmakelaars en de personen bedoeld in § 3, eerste lid, moeten uiterlijk op 1 januari van elk jaar de lijst van mede-eigendommen waarvan zij syndicus zijn aan het Instituut overzenden.

Art. 6. Niemand mag een titel voeren, noch aan die onder dewelke hij is ingeschreven op het in artikel 3 bedoelde tableau een vermelding toevoegen, waardoor verwarring kan ontstaan met de beroepstitel van vastgoedmakelaar-bemiddelaar, vastgoedmakelaar-syndicus of vastgoedmakelaar-rentmeester.

Art. 7. Elke natuurlijke persoon, die op een van de kolommen van het tableau van vastgoedmakelaars of van de lijst van stagiairs is ingeschreven, is verplicht tijdens de uitoefening van zijn beroepsactiviteiten de beroepstitel te voeren waaronder hij in de kolom op het tableau van vastgoedmakelaars of op de lijst van stagiaires is ingeschreven.

Art. 8. Voor de toepassing van deze wet wordt op onweerlegbare wijze vermoed dat de vastgoedmakelaars deze werkzaamheid als zelfstandige uitoefenen.

Aan de uit het artikel 5 voortvloeiende verplichtingen moet niet worden voldaan om het beroep in het kader van een arbeidsovereenkomst uit te oefenen en de personen, die van deze mogelijkheid gebruik maken, zijn niet gemachtigd de beroepstitel te voeren.

Afdeling 2. - Vrije dienstverrichting

Art. 9. De dienstverrichters, die zich voor het eerst van een lidstaat naar België begeven om er het beroep van vastgoedmakelaar uit te oefenen, zijn gemachtigd om tijdelijk en occasioneel de activiteit van vastgoedmakelaar uit te oefenen zonder de voorwaarden van artikel 5 te moeten vervullen, indien zij op wettige wijze zijn gevestigd in een lidstaat om er hetzelfde beroep uit te oefenen. Als het beroep van vastgoedmakelaar, of de opleiding die toegang verleent tot dit beroep, niet gereglementeerd is in deze lidstaat, moeten zij dit gedurende ten minste twee jaar tijdens de tien jaar, die hun vrije dienstverrichting voorafgaan, hebben uitgeoefend. Het tijdelijke en occasionele karakter van de dienstverrichting wordt geval per geval beoordeeld door de Uitvoerende Kamer, inzonderheid in functie van de duur, de frequentie, de periodiciteit en de continuïteit van die dienstverrichting.

De personen bedoeld in het eerste lid moeten voor de eerste dienstverrichting, of indien zich een wezenlijke verandering heeft voorgedaan in de door de documenten gestaafde situatie, een voorafgaande verklaring overzenden aan het Instituut, waarbij zij volgende zaken leveren :

1° een bewijs van nationaliteit;

2° a) een attest waaruit blijkt dat ze rechtmatig in een andere lidstaat gevestigd zijn om er de betrokken werkzaamheden uit te oefenen, en dat hun op het moment van afgifte van het attest geen beroepsverbod is opgelegd, zelfs maar tijdelijk;

b) ofwel het bewijs dat ze gedurende ten minste twee jaar tijdens de tien jaar die deze dienstverrichting in België voorafgaan deze activiteit in die lidstaat hebben uitgeoefend;

c) ofwel het bewijs dat zij een gereglementeerde opleiding hebben gevolgd in de lidstaat van vestiging.

3° de gegevens betreffende de verzekeringsdekking of soortgelijke individuele of collectieve vormen van bescherming ten aanzien van hun beroepsaansprakelijkheid. Deze verklaring wordt eenmaal per jaar vernieuwd indien de dienstverrichter voornemens is om gedurende dat jaar in die lidstaat tijdelijke of incidentele diensten te verrichten. De dienstverrichter mag de verklaring met alle middelen aanleveren.

De attesten afgeleverd door verzekeringsmaatschappijen uit andere lidstaten worden als gelijkwaardig aanvaard. Deze attesten vermelden dat de verzekeraar de van kracht zijnde wetten en voorschriften in België heeft nageleefd voor wat betreft de voorwaarden en de draagwijdte van de dekking. Zij mogen bij overlegging niet ouder zijn dan 3 maanden.

Afdeling 3. - Uitoefening in het kader van een rechtspersoon

Art. 10. § 1. De rechtspersonen mogen het beroep van vastgoedmakelaar uitoefenen indien zij aan volgende voorwaarden beantwoorden :

1° alle zaakvoerders, bestuurders, leden van het directiecomité en meer algemeen alle zelfstandige lasthebbers die optreden in naam en voor rekening van de rechtspersoon, zijn natuurlijke personen die ertoe gemachtigd werden het beroep van vastgoedmakelaar uit te oefenen overeenkomstig artikel 5;

2° zijn doel en activiteit moeten beperkt zijn tot het verlenen van diensten die behoren tot de uitoefening van het beroep van vastgoedmakelaar en mogen hiermee niet onverenigbaar zijn;

3° indien hij is opgericht in de vorm van een naamloze vennootschap of een commanditaire vennootschap op aandelen, moeten zijn aandelen op naam zijn;

4° ten minste 60 % van de aandelen alsook van de stemrechten moeten, rechtstreeks of onrechtstreeks, in het bezit zijn van natuurlijke personen die ertoe gemachtigd werden het beroep van vastgoedmakelaar uit te oefenen onvereenkomstig artikel 5; alle overige aandelen mogen slechts in het bezit zijn van natuurlijke personen of rechtspersonen, die een niet-onverenigbaar beroep uitoefenen en opgegeven zijn bij het Instituut;

5° de rechtspersoon mag geen deelnemingen bezitten in andere vennootschappen of rechtspersonen dan van uitsluitend professionele aard. Het maatschappelijk doel en de activiteiten van deze vennootschappen mogen niet onverenigbaar zijn met de functie van vastgoedmakelaar;

6° de rechtspersoon is ingeschreven op een van de tableaus van het Instituut.

§ 2. Als de rechtspersoon niet ingeschreven is op het tableau, zijn de zaakvoerders, bestuurders en/of actieve vennoten volledig burgerlijk aansprakelijk voor de handelingen gesteld in de uitoefening van het beroep in het kader van een rechtspersoon.

De rechtspersoon bedoeld in het vorige lid moet de volgende voorwaarden naleven :

1° de zaakvoerders, bestuurders of actieve vennoten die de gereglementeerde activiteit uitoefenen en die de effectieve leiding hebben over de afdelingen waarin de activiteit wordt uitgeoefend, moeten ingeschreven zijn in de overeenkomstige kolom van het tableau of van de lijst.

2° Bij gebrek aan deze personen is de verplichting bedoeld in punt 1° van toepassing op een zaakvoerder of een bestuurder of een actieve vennoot van de rechtspersoon die hiertoe wordt aangewezen. Voor de toepassing van deze wet wordt op onweerlegbare wijze vermoed dat deze personen deze werkzaamheid als zelfstandige uitoefenen.

Art. 11. Als wegens het overlijden van een natuurlijke persoon bedoeld in artikel 10, § 2, 1°, of 4°, de rechtspersoon niet meer beantwoordt aan de vereiste voorwaarden om het beroep van vastgoedmakelaar uit te oefenen, beschikt deze over een termijn van zes maanden om die voorwaarden na te komen. Gedurende die termijn mag de rechtspersoon nog het beroep van vastgoedmakelaar uitoefenen.

Art. 12. De stagiair kan slechts een rechtspersoon oprichten in de zin van deze wet of er vennoot, zaakvoerder, bestuurder of lid van het directiecomité van zijn, indien het een rechtspersoon betreft waarin hij het beroep samen met zijn stagemeester uitoefent of met een natuurlijke persoon die is ingeschreven op het tableau van de vastgoedmakelaars.

HOOFDSTUK 4. - Tucht

Afdeling 1. - Deontologische verplichtingen

Art. 13. De leden van het Instituut schikken zich naar de deontologische normen, vastgesteld door het Instituut en algemeen verbindend verklaard door de Koning.

Deze deontologische normen bepalen minimaal de volgende verplichtingen voor de beroepsbeoefenaars :

1° zich houden aan de beginselen van loyaliteit, onafhankelijkheid, integriteit, toewijding en waardigheid die ten grondslag liggen aan het beroep;

2° zich houden aan een discretieplicht, die erin bestaat dat beroepsmatig verkregen informatie ook enkel in de professionele sfeer wordt gebruikt, met inachtneming van het recht op respect voor de persoonlijke levenssfeer van alle betrokkenen;

3° de vorming georganiseerd of erkend door het Instituut gevolgd hebben, waarbij rekening wordt gehouden met de kolom van het tableau waarop de titularis is opgenomen of met de kolom van de lijst waarop de stagiair is opgenomen;

4° voldoende toezicht uitoefenen op de medewerkers die de beoefenaars bijstaan bij de uitvoering van het beroep. Aan de hand van een deontologische norm kan het Instituut een minimaal aantal erkende beoefenaars opleggen per exploitatiezetel of per aantal aangestelden;

5° onmiddellijk de cliënt en het Instituut informeren over elk belangenconflict.

Afdeling 2. - Tuchtsancties

Art. 14. § 1. De vastgoedmakelaars van wie bewezen is dat zij hun plichten hebben verzuimd, worden bestraft met een of meer van de volgende tuchtstraffen :

a) de waarschuwing;

b) de berisping;

c) de schorsing;

d) de schrapping.

§ 2. De schorsing bestaat uit het verbod om gedurende een bepaalde termijn, die niet langer dan twee jaar mag bedragen, het gereglementeerde beroep in België uit te oefenen en er de beroepstitel van te voeren.

De schrapping brengt het verbod met zich om het gereglementeerde beroep in België uit te oefenen en er de beroepstitel van te voeren en heeft betrekking op alle activiteiten opgenomen in het artikel 2, 4° tot 7°. 

Een vastgoedmakelaar, die voor de tweede maal geschorst wordt, kan krachtens dezelfde beslissing worden geschrapt van het tableau of van de lijst van de stagiairs.

§ 3. Wanneer een tuchtstraf aan een rechtspersoon wordt opgelegd, kan een tuchtstraf eveneens worden opgelegd aan de natuurlijke persoon of personen gemachtigd om het gereglementeerd beroep uit te oefenen, van wie de tussenkomst aan de oorsprong ligt van de feiten begaan door de rechtspersoon die tuchtrechtelijk bestraft wordt.

§ 4. De Kamers zijn bevoegd om te oordelen over tuchtvervolgingen die betrekking hebben op feiten die voorafgaan aan de beslissing die de vastgoedmakelaar heeft verwijderd van de in het artikel 3 bedoelde lijst of tableau, mits de rechtskundig assessor het onderzoek heeft aangevat uiterlijk een jaar na deze beslissing.

§ 5. De Koning bepaalt de wijze waarop deze tuchtstraffen kunnen worden uitgesproken. Tevens stelt hij de regels vast volgens welke gebeurlijk eerherstel wordt verleend.

Art. 15. De tuchtoverheid kan telkens de gehele of gedeeltelijke publicatie van de uitspraak bevelen. Tevens kan zij het lid of de beoefenaar opleggen een welbepaalde bijkomende vorming binnen een bepaalde termijn te volgen.

Art. 16. In afwijking van artikel 9, § 4, van de kaderwet, benoemt de minister voor elke Uitvoerende Kamer onder de advocaten die zijn ingeschreven op een tableau van de Orde een rechtskundig assessor en een of meer plaatsvervangende rechtskundige assessoren, van wie de opdrachten van juridische ondersteuning, onderzoek en uitwerking van aanbevelingen, worden vastgelegd door de Koning.

De minister kan vroegtijdig een einde maken aan het mandaat van de rechtskundig assessor volgens de voorwaarden die de Koning bepaalt.

Onverminderd de taken die hun door of krachtens deze wet worden toegekend, is het rechtskundige assessoren en hun plaatsvervangers, op straffe van ambtshalve ontslag uit hun functie door de minister, verboden om :

- te pleiten voor de Uitvoerende Kamers en de Kamers van Beroep binnen het Instituut, alsook de leden of kandidaat-leden te adviseren in dossiers die behandeld worden of kunnen worden door deze Kamers;

- enig persoon te adviseren en voor deze te pleiten in het kader van een geschil met het Instituut;

- namens het Instituut te adviseren en te pleiten;

- werkende of plaatsvervangende leden van de Uitvoerende Kamer of de Kamer van Beroep, of mede-eigendommen waarvan deze leden syndicus zouden zijn, te adviseren of voor hen te pleiten.

Art. 17. Elke veroordeling voor misbruik van vertrouwen in de zin van artikel 491 van het Strafwetboek leidt ambtshalve tot de schrapping van de vastgoedmakelaar door de Kamer.

Elke voorafgaande veroordeling op basis van artikel 491 van het Strafwetboek verhindert de uitoefening van de activiteit van vastgoedmakelaar.

In geval van vaststelling van verduistering kan de Kamer de vastgoedmakelaar schorsen of schrappen van de lijst.

Art. 18. De beslissingen, waarbij een schorsing of schrapping wordt opgelegd, worden meegedeeld aan de procureur-generaal.

Art. 19. De tuchtoverheid kan beslissen dat er aanleiding bestaat om de opschorting van de uitspraak van de tuchtsanctie te gelasten voor een door de tuchtoverheid te bepalen termijn, die echter niet meer dan vijf jaar mag bedragen. De opschorting kan afhankelijk worden gemaakt van de vervulling van een aantal voorwaarden, waaronder het volgen van een welbepaalde vorming binnen een bepaalde termijn. Bij niet-naleving van de opgelegde voorwaarden roept de tuchtoverheid het lid of de beoefenaar op om op een zitting van de tuchoverheid te verschijnen met het oog op het uitspreken van een tuchtstraf of het opheffen van de opschorting van de uitspraak.

De tuchtoverheid kan bij gemotiveerde beslissing gelasten dat de tenuitvoerlegging van de tuchtsanctie wordt uitgesteld. De duur van het uitstel mag niet minder dan een jaar en niet meer dan vijf jaar bedragen, met ingang van de datum van de uitspraak. Het uitstel kan afhankelijk worden gemaakt van de vervulling van een aantal voorwaarden, waaronder het volgen van een welbepaalde vorming binnen een bepaalde termijn. Bij niet-naleving van de opgelegde voorwaarden roept de tuchtoverheid het lid of de beoefenaar op om op een zitting van de tuchtoverheid te verschijnen met het oog op het uitspreken van een tuchtstraf of het opheffen van het uitstel. Het uitstel kan ook worden opgeheven wanneer een nieuwe tuchtstraf wordt opgelegd.

Art. 20. § 1. Wanneer wegens de aan een lid of een beoefenaar ten laste gelegde feiten gevreesd mag worden dat de verdere uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid schade kan berokkenen aan derden of aan de eer van het Instituut, kan de rechtskundig assessor van de Uitvoerende Kamer de bewarende maatregelen nemen, die de voorzichtigheid vereist, waaronder het tijdelijk verbod om het beroep uit te oefenen. Deze bewarende maatregelen mogen de termijn van drie maanden niet overschrijden.

Op verzoek van de rechtskundig assessor kan de termijn van de bewarende maatregelen met een termijn van maximaal 6 maanden worden verlengd, bij een met redenen omklede beslissing van de Uitvoerende Kamer, nadat de belanghebbende ten minste acht dagen voor de zitting gehoord of opgeroepen werd.

§ 2. De belanghebbende kan beroep aantekenen tegen de bewarende maatregelen en tegen de verlenging van de termijn van de bewarende maatregelen, bij voorraad uitvoerbaar, bij de Kamer van Beroep.

Dit beroep wordt binnen de acht dagen na de betekening van de beslissing van de Uitvoerende Kamer betekend bij een ter post aangetekende brief aan de secretaris van de Kamer van Beroep, die de Kamer zonder verwijl bijeenroept.

Deze neemt een beslissing nadat de belanghebbende ten minste acht dagen voor de zitting gehoord of opgeroepen werd.

Art. 21. Op uitdrukkelijk verzoek van de klager wordt hem het beschikkend gedeelte meegedeeld van de beslissingen op grond van zijn klacht. De Kamer kan, eveneens op zijn verzoek, beslissen dat hem het motiverend gedeelte van de beslissingen wordt meegedeeld. De Kamer kan op een met redenen omklede manier en op basis van ernstige redenen beslissen dat hem inzage in het tuchtdossier wordt toegestaan.

De Kamer kan op een met redenen omklede manier beslissen dat het beschikkend gedeelte van de beslissingen zal worden meegedeeld aan derden. Met eenparigheid van stemmen kan de Kamer op een met redenen omklede manier en op basis van ernstige redenen beslissen dat het motiverend gedeelte van de beslissingen wordt meegedeeld aan derden of dat hun inzage in het tuchtdossier wordt toegestaan.

HOOFSTUK 5. - Strafbepalingen

Art. 22. Onverminderd de toepassing de straffen waarin het Strafwetboek voorziet, wordt met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van 500 euro tot 5 000 euro of met slechts een van die straffen alleen gestraft :

1° hij die, zonder daartoe gemachtigd te zijn, zich openbaar een beroepstitel van vastgoedmakelaar toe-eigent, evenals hij die een titel voert of die aan de beroepstitel die hij voert een vermelding toevoegt, welke tot verwarring kan leiden met die van vastgoedmakelaar;

2° hij die, zonder op het tableau van de beoefenaars of op de lijst van de stagiairs te zijn ingeschreven, of zonder daartoe te zijn gemachtigd, dat beroep uitoefent;

3° hij die het uitoefent terwijl hij het voorwerp uitmaakt van een schorsingsmaatregel.

De rechtbank kan bovendien de tijdelijke of definitieve sluiting bevelen van een deel van de lokalen of van alle lokalen die worden gebruikt door diegene die zich schuldig maakt aan een of meer van de hierboven bedoelde inbreuken.

De rechspersonen, die het beroep van vastgoedmakelaar uitoefenen overeenkomstig deze wet, zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van boetes en de uitvoering van de herstelmaatregelen waartoe hun organen en aangestelden werden veroordeeld.

Art. 23. Al de bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op de inbreuken waarin deze wet voorziet.

Art. 24. Onverminderd de bevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie worden het personeel van de federale politie, de ambtenaren en agenten van de plaatselijke politie en de ambtenaren en agenten, te dien einde door de Koning aangewezen op voorstel van de minister, belast met het opsporen en vaststellen in processen-verbaal van de inbreuken op deze wet.

Deze processen-verbaal hebben bewijskracht tot het tegendeel wordt bewezen. Zij worden onverwijld toegezonden aan de bevoegde ambtenaren van het openbaar ministerie; een afschrift ervan wordt binnen zeven werkdagen gezonden aan de inbreukmaker, alsook aan de in het eerste lid vermelde minister, te rekenen vanaf de vaststelling der inbreuken, dit alles op straffe van nietigheid.

Art. 25. De personen die onder de toepassing van deze wet vallen zijn verplicht alle inlichtingen en documenten te verstrekken die nodig zijn om de toepassing ervan na te gaan.

Elke persoon, die weigert de bij het vorige lid bedoelde inlichtingen en documenten te verstrekken of zich tegen de onderzoeksmaatregelen verzet, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht tot vijftien dagen en met geldboete van 500 euro tot 5 000 euro of met slechts een van die straffen.

Art. 26. De in deze wet vermelde termijnen worden berekend overeenkomstig de artikelen 48 tot 57 van het Gerechtelijk Wetboek.

HOOFDSTUK 6. - Overgangsbepaling

Art. 27. De uitvoeringsbesluiten van de kaderwet die van toepassing zijn op het Instituut en die niet strijdig zijn met deze wet, blijven van kracht tot zij worden opgeheven of vervangen bij besluiten genomen ter uitvoering van deze wet.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met's Lands zegel zal worden bekleerd en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 11 februari 2013.

ALBERT

Van Koningswege :

De Minister van Middenstand, K.M.O.'s en Zelfstandigen,

Mevr. S. LARUELLE

Met 's Lands zegel gezegeld :

De Minister van Justitie,

Mevr. A. TURTELBOOM