Hallo Residentie
Envoyer par email Imprimer
content-picture
Publié le woensdag 23 februari 2011
**Résumé

 Arrest van de Hof van Cassatie (05/10/2000) De syndicus heeft krachtens de wet tot opdracht de vereniging van mede-eigenaars in rechte te vertegenwoordigen, ongeacht de bevoegdheid die hem door het reglement van mede-eigendom wordt toegekend. 

 

Arrest van de Hof van Cassatie (05/10/2000)

 

De syndicus heeft krachtens de wet tot opdracht de vereniging van mede-eigenaars in rechte te vertegenwoordigen, ongeacht de bevoegdheid die hem door het reglement van mede-eigendom wordt toegekend.

 

Wanneer het vonnis beslist dat de syndicus in het bezit dient te zijn van een uitdrukkelijke volmacht om de rechtsvordering in te stellen m.b.t. de kosten voor privatieve delen die niet vallen onder het begrip gemeenschappelijke zaken waartoe de algemene kosten behoren, schendt het de artt. 577-8, § 4, en 577-9, § 1, BW.

 

Nr. C.99.0078.F

  VERENIGING VAN MEDE-EIGENAARS VAN HET GEBOUW "RESIDENCE LE MISTRAL-HEYSEL B",

  Mr. Philippe Gérard, advocaat bij het Hof van Cassatie,

  tegen

  IMMO-BENELUX, naamloze vennootschap,

  HET HOF,

  Gehoord het verslag van raadsheer Echement en op de conclusie van advocaat-generaal Henkes;

  Gelet op het bestreden vonnis, op 9 september 1998 in hoger beroep gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel;

  Over het middel : schending van de artikelen 17, 18, 702, 703, 815 van het Gerechtelijk Wetboek en 577-3 tot 577-14 van het Burgerlijk Wetboek en, in het bijzonder, van de artikelen 577-8, § 4, en 577-9, § 1, van het Burgerlijk Wetboek,

  doordat het bestreden vonnis, om het hoger beroep van verweerster ontvankelijk en ten dele gegrond te verklaren, het beroepen vonnis teniet te doen, de oorspronkelijke vordering van eiseres niet ontvankelijk te verklaren en ze af te wijzen, haar te veroordelen om aan verweerster het bedrag van 164.908 frank plus 18.650 frank terug te betalen, verhoogd met de verwijlinterest tegen de wettelijke rentevoet met ingang van 31 mei 1996 op het bedrag van 164.908 frank en met ingang van 18 juni 1996 op het bedrag van 18.650 frank, en haar te veroordelen in de kosten van beide instanties, beslist "dat, bij ontstentenis van een lastgeving te dezen, de oorspronkelijke rechtsvordering niet ontvankelijk was en het hoger beroep derhalve in zoverre gegrond is" en dat "het beroepen vonnis dus moet worden tenietgedaan, in zoverre het (verweerster) veroordeelt om aan (eiseres) de hoofdsom van 159.561 frank te betalen, verhoogd met de verwijlinterest en de kosten, met dien verstande dat de bedragen die (verweerster) heeft gestort naar aanleiding van de voorlopige tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis aan haar moeten worden terugbetaald"; dat het bestreden vonnis die beslissing hierop grondt dat "uit de gegevens van de zaak blijkt dat het bedrag waarvan (eiseres) de betaling vordert uitsluitend op een privatief deel betrekking heeft; (...) dat de oorspronkelijke rechtsvordering is ingesteld door de NV Agidel, de syndicus van het onverdeelde gebouw; dat artikel 577-8, § 4, 6° (van het Burgerlijk Wetboek) bepaalt dat de syndicus tot opdracht heeft de vereniging van medeeigenaars, zowel in rechte als voor het beheer van de gemeenschappelijke zaken, te vertegenwoordigen; dat overigens, krachtens artikel 34 van de basisakte, de NV Agidel enkel kan optreden tot terugvordering van de algemene kosten; dat de algemene kosten de gemeenschappelijke lasten dekken : ofwel die betreffende het onderhoud en het beheer van de gemeenschappelijke delen (die de mede-eigenaars geacht worden in gelijke mate te gebruiken), ofwel die betreffende de algemene uitrusting van het gebouw waarvan het gebruik per mede-eigenaar kan variëren, vb. : een lift; dat te dezen de bij de rechtbank ingestelde rechtsvordering betrekking heeft op kosten voor privatieve delen die niet vallen onder het begrip gemeenschappelijke zaken waartoe de algemene kosten behoren; dat de NV Agidel bijgevolg, om de betrokken rechtsvordering te kunnen instellen, in het bezit diende te zijn van een uitdrukkelijke volmacht",

  terwijl, krachtens artikel 577-9, § 1, van het burgerlijk Wetboek, de vereniging van mede-eigenaars bevoegd is om in rechte op te treden, als eiser en als verweerder; artikel 577-8, § 4, van dat wetboek bepaalt dat "ongeacht de bevoegdheid die hem door het reglement van mede-eigendom wordt toegekend, de syndicus tot opdracht heeft (...) 6° de vereniging van medeeigenaars, zowel in rechte als voor het beheer van de gemeenschappelijke zaken, te vertegenwoordigen; (...)"; krachtens artikel 703 van het Gerechtelijk Wetboek, rechtspersonen in rechte optreden door tussenkomst van hun bevoegde organen; uit die, te deze, toepasselijke wetsbepalingen volgt dat de vereniging van mede-eigenaars vanaf 1 augustus 1995, dag van de inwerkingtreding van de wet van 30 juni 1994 waarbij voornoemde bepalingen in het Burgerlijk Wetboek zijn opgenomen, rechtspersoonlijkheid geniet en bevoegd is om in rechte op te treden en dat de syndicus het in artikel 703 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde orgaan van de mede-eigendom is dat wettelijk bevoegd is om de vereniging van medeeigenaars in rechte te vertegenwoordigen; de syndicus voor het verrichten van proceshandelingen voortaan gelijkgesteld wordt met de mede-eigendom; hij optreedt als werkelijke eiser en niet als formele eiser of als lasthebber van de vereniging; hij derhalve geen volmacht moet kunnen voorleggen om in rechte op te treden in naam van de mede-eigendom; de omstandigheid dat de in naam van de mede-eigendom ingestelde vordering betrekking heeft op kosten "voor privatieve delen" en niet op "gemeenschappelijke" kosten in de zin van de basisakte er wat dat betreft helemaal niet toe doet, daar de wet uitdrukkelijk bepaalt dat, ongeacht de bevoegdheid die hem door het reglement van mede-eigendom wordt toegekend, de syndicus tot opdracht heeft de vereniging van mede-eigenaars in rechte te vertegenwoordigen; eiseres te dezen tegen verweerster in rechte is opgetreden door toedoen van de naamloze vennootschap Agidel, haar syndicus van dat ogenblik, die het enige wettelijke bevoegde orgaan was om haar in rechte te vertegenwoordigen, ongeacht de haar door het reglement van de mede-eigendom toegekende bevoegdheden; het bestreden vonnis bijgevolg geen wettige gronden opgeeft voor de beslissing waarbij de oorspronkelijke rechtsvordering van eiseres niet ontvankelijk wordt verklaard op grond dat "krachtens artikel 34 van de basisakte de NV Agidel enkel kan optreden tot terugvordering van de algemene kosten (...) die de gemeenschappelijke lasten omvatten (...) (en) dat de NV Agidel, om de betrokken rechtsvordering in te stellen, in het bezit diende te zijn van een uitdrukkelijke volmacht (...); die rechtsvordering betrekking heeft op kosten voor privatieve delen die niet vallen onder het begrip gemeenschappelijke zaken waartoe de algemene kosten behoren" (schending van alle in het middel vermelde wetsbepalingen) :

  Overwegende dat artikel 577-9, § 1, van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de vereniging van mede-eigenaars bevoegd is om in rechte op te treden, als eiser en als verweerder; dat krachtens artikel 577-8, § 4, 6°, ongeacht de bevoegdheid die hem door het reglement van mede-eigendom wordt toegekend, de syndicus tot opdracht heeft de vereniging van mede-eigenaars in rechte te vertegenwoordigen;

  Overwegende dat de rechtbank van eerste aanleg, nu ze beslist dat "krachtens artikel 34 van de basisakte (de syndicus) enkel kan optreden tot terugvordering van de algemene kosten (...); dat te dezen de bij de rechtbank ingestelde rechtsvordering betrekking heeft op kosten voor privatieve delen die niet vallen onder het begrip gemeenschappelijke zaken waartoe de algemene kosten behoren; dat bijgevolg (de syndicus), om de betrokken rechtsvordering in te stellen, in het bezit diende te zijn van een uitdrukkelijke volmacht; dat bij ontstentenis van die lastgeving te dezen, de oorspronkelijke rechtsvordering niet ontvankelijk was", de in het middel aangevoerde wetsbepalingen schendt;

  Dat het middel gegrond is;

  OM DIE REDENEN,

  Vernietigt het bestreden vonnis, behalve in zoverre daarbij het hoger beroep ontvankelijk verklaard wordt;

  Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis;

  Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over;

  Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Rechtbank van Eerste Aanleg te Nijvel, zitting houdende in hoger beroep.

  Aldus door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf oktober tweeduizend uitgesproken, alwaar aanwezig zijn eerste voorzitter Marchal, afdelingsvoorzitter Verheyden, de raadsheren Parmentier, Echement, Velu, advocaat-generaal Henkes, griffier Massart.

  Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Waûters en overgeschreven met assistentie van griffier Van Geem.